Dossier 794 Incest in Meeuwen

Rombout Nijssen

Op 25 februari 1919, om 4 uur in de namiddag, melden Anna en Philomena Vliegen uit Meeuwen zich bij rijkswacht in Bree om er aangifte te doen tegen hun vader, Bernard Vliegen.

Anna en Philomena zijn twee van de zeven kinderen van Bernard Vliegen en Maria Hermkens. Hun moeder is in augustus 1917 gestorven. Het gezin woont in een huis aan de Broekkant in Meeuwen. De zeven kinderen zijn op dat moment 29, 27, 25, 22, 20, 17 en 11 jaar oud. Uit het dossier blijkt niet met zekerheid dat al die kinderen nog thuis wonen. Eigenlijk vernemen we enkel iets over de 17-jarige Philomena, de 22-jarige Anna en over de oudste zus Elisabeth, die dan 27 jaar oud is. Elisabeth is al een tijd het huis uit en woont alleen met haar kinderen.

Anna vertelt aan de rijkswachters dat haar vader haar uit het huis gezet heeft. Volgens haar doet haar vader dat omdat hij haar twee maanden eerder zwanger gemaakt heeft. Het is overigens niet voor het eerst dat dat gebeurt. Anna vertelt dat zij toen haar moeder nog leefde al twee keer een kind van haar vader gedragen heeft. Zij was 19 toen haar vader haar voor het eerst misbruikte:

“Dat gebeurde altijd in ons huis. Hij legde mij op de grond en gebruikte zoveel geweld dat mijn vezet niets uithaalde. Hij heeft mij vaak geslagen omdat ik hem zijn gang niet wilde laten gaan. Ik heb dikwijls luid geroepen, maar dat haalde ook niets uit. Moeder wist wat er gebeurde maar zij zegde er niet veel van. Vader mishandelde haar dikwijls en zij had schrik van hem. De laatste jaren was zij blind. Haar benen waren met wonden bedekt en daardoor kon zij niet meer gaan.

Ik heb nooit met iemand liefdesbetrekkingen gehad. Alleen mijn vader had seks met mij.”

De rijkswachters leggen Anna uit wat de gevolgen van haar aanklacht kunnen zijn. Bovendien zou zij zelf veroordeeld kunnen worden als zou blijken dat zij haar vader onterecht beschuldigt.

Anna houdt echter voet bij stuk en zegt dat zij wil dat haar vader gerechtelijk vervolgd wordt.

Dan is de 17-jarige Philomena aan de beurt om een verklaring af te leggen:

“Anna heeft mij dikwijls gezegd dat vader haar misbruikte, zelfs toen moeder nog leefde. Ik heb dat verscheidene keren aan moeder verteld, maar zij kon niet meer doen dan zeggen dat vader niet naar haar wilde luisteren.

Hij heeft mij ook twee keer misbruikt. De eerste keer deed hij dat toen ik hem in een bos in Wijchmaal hielp met dennen afzagen. Dat was kort voor de dood van moeder. Enige tijd later, toen leefde moeder ook nog, hielp ik vader met karotten planten. Toen heeft hij mij daar in het veld op de grond gedrukt en mij met geweld verkracht. Ik heb luid geroepen, maar er is mij niemand komen helpen.

Ik heb dat nooit aan iemand anders verteld dan aan de kapelaan, in de biecht. De kapelaan raadde mij aan het aan de burgemeester te melden als het nog eens zou gebeuren.”

De volgende dag ondervragen de rijkswachters Elisabeth, de oudste zus van Anna en Philomena. Elisabeth is 27 en zij heeft het ouderlijk huis verlaten. Zij is niet getrouwd, maar heeft wel twee zoontjes: Jan, die in oktober 1912 geboren is en die 6 jaar oud is, en Leo, die in februari 1916 geboren werd en die 3 jaar oud is. In november 1914 is Elisabeth ook bevallen van een jongentje. Dat kind stierf voor het twee maanden oud was.

Zij weet de rijkswachters nog meer te vertellen over het gedrag van haar vader:

“Ongeveer 4 jaren geleden, toen ik met vader in de schuur graan aan het dorsen was, heeft hij mij misbruikt. Ik heb mij daar toen niet tegen verzet omdat hij zegde dat daar toch niets van zou komen. Daarna heeft hij mij nog dikwijls misbruikt terwijl hij mij dreigde te slaan. Vijf keer heeft hij mij werkelijk slagen gegeven omdat ik hem afwees.

Ik heb een kind van vader, dat nu 3 jaar oud is. Eerder heb ik nog twee kinderen gehad. Die zijn niet van vader. Een van hem is gestorven.

Mijn zussen hebben mij sedert lang gezegd dat vader hen misbruikte. Anna is nu voor de derde keer zwanger van hem. De vorige keren zijn de kinderen van Anna dood geboren.”

Helena Geusens is de 33-jarige buurvrouw van de familie Vliegen. Zij vertelt de rijkswachters dat zij ook aangerand werd door haar buurman:

“In het jaar 1915, toen ik zwanger was, heeft Bernard Vliegen mij achter mijn huis aangepakt. Hij hield mij met geweld vast en stak zijn hand onder mijn klederen. Hij greep mij zo ruw tussen mijn benen dat hij mij kwetste. Ik heb hevig geschreeuwd, en daarop heeft hij mij losgelaten.”

Haar man heet Hendrik Vaesen. Hij is 40 jaar en landbouwer. Hij bevestigt dat zijn vrouw hem toen verteld heeft dat Bernard Vliegen haar had willen verkrachten. Hij bevestigt ook dat zij toen gekwetst was.

Catherine Beertens is een 31-jarige huisvrouw. Zij woont met haar man in de Heidestraat in Meeuwen en heeft ook een onaangename ervaring met Vliegen gehad:

“Omtrent 2 jaar geleden ging ik op een vrijdag naar Meeuwen om het soldatengeld van mijn man te halen. Ik kende Bernard Vliegen toen nog niet. Hij kwam uit zijn huis toen ik daar voorbijliep en hij ging met mij mee in de richting van Meeuwen. Na een tientaal minuten greep hij mij vast en probeerde met zijn hand onder mijn klederen te komen. Ik heb hem toen gestampt en ik ben weggelopen. Het was toen ongeveer 2 uur in de namiddag.”

Dan ondervragen de rijkswachters Bernard Vliegen zelf. Vliegen is 52 jaar. Hij verklaart:

“Ik loochen ooit mijn dochters verkracht te hebben. Ik weet niet waarom zij mij daarvan beschuldigen. Ik heb mijn dochters ook niet uit huis gezet.

Ik loochen ook ooit gepoogd te hebben de echtgenotes Vaesen of Geerts te verkrachten. Het is wel ooit dat ik tegen de arm van vrouw Geerts gestoten heb toen ik uit de school kwam, waar wij toen ons soldatengeld opgetrokken hadden. Wij zijn toen samen naar huis gegaan. Ik weet niet waarom die vrouwen mij beschuldigen.”

De rijkswachters gaan nog praten met burgemeester Indeken van Meeuwen, met schepen Housen, met secretaris Vandyck en anderen. Al die mensen zijn het er over eens dat de feiten waarvan de dochters Vliegen spreken, in Meeuwen algemeen bekend zijn. Zij twijfelen er niet aan dat Bernard Vliegen zijn dochters misbruikt.

De secretaris merkt op dat de geboorte of het overlijden van de twee kinderen van Anna nooit aangegeven is.

De rijkswachters zijn van oordeel dat Anna de waarheid zegt, en dat inderdaad twee keer bevallen is. Bernard Vliegen bekent immers dat hij ongeveer 2 jaren eerder het lijkje van een baby van Anna naar de pastoor van Meeuwen gebracht heeft. Van de tweede baby beweert Vliegen niets te weten.

Die namiddag reikt de onderzoeksrechter een aanhoudingsbevel tegen Bernard Vliegen uit. De rijkswachters van Bree houden hem aan en brengen hem naar de gevangenis in Tongeren.

Op 27 februari ondervraagt onderzoeksrechter Lambrichts Bernard Vliegen in zijn kantoor in Tongeren. Vliegen geeft toe dat hij kort voordien één keer seks gehad heeft met Anna, maar hij zegt ook dat dat met haar instemming gebeurde en zonder dat hij geweld gebruikte of haar bedreigde. Hij ontkent ooit seks gehad te hebben met Philomena of Elisabeth, of zich vergrepen te hebben aan Helena Geusens of Catherina Beertens. Hij weet dat Anna ooit bevallen is van een doodgeboren kind. Hij zegt dat hij het lijkje toen zelf naar de pastoor gebracht heeft, en dat de burgemeester daar toen ook was. Wie de vader van het kind was, weet hij niet. Over Elisabeth zegt hij nog dat zij sinds 2 en een half jaar niet meer in zijn huis woont.

De volgende dag, 28 februari, ondervragen de rijkswachters Coemans en Andries van de brigade van Bree de burgemeester en de pastoor van Meeuwen. De 69-jarige Peter Indekeu is burgemeester van Meeuwen. Hij verklaart:

“Ik herinner mij dat Bernard Vliegen op een avond in de pastorij geweest is, toen ik daar ook was. Hij heeft de sleutel van het kerkhof gevraagd, maar ik weet niet of de pastoor hem die gegeven heeft. Ik weet niet waarvoor hij die sleutel nodig had. Ik herinner mij niet of er toen van een lijkje gesproken is. Ik kan niet zeggen hoe lang dit geleden is.”

Tilman Theunissen is 49 jaar. Hij is de pastoor van Meeuwen en herinnert zich meer dan de burgemeester:

“Ik herinner mij de datum niet meer, maar ik meen dat het meer dan een jaar geleden is dat Bernard Vliegen hier op een avond binnenkwam. Hij droeg een klein lijkje, dat mij van een misval leek te zijn van omtrent een halve dracht. Hij heeft mij de sleutel van het kerkhof gevraagd en ik heb hem die gegeven.

De burgemeester was die avond in de pastorij, maar ik weet niet of hij er al was toen Vliegen binnenkwam. Vliegen heeft mij dezelfde avond de sleutel teruggebracht. Hij zegde dat hij niet op het kerkhof geraakt was. Ik weet niet wat hij met het lijkje gedaan heeft. Ik vermoed dat het een kind van zijn dochter Anna was.”

Dan gaan de rijkswachters naar Elisabeth Vliegen om haar een tweede keer te ondervragen:

“Het eerste kind dat Anna gehoud heeft, was een misval van omtrent halve tijd. De vroedvrouw uit het Kloosterstraatje in Peer is toen hier geweest. Dat is omtrent 2 en een half jaar geleden. Mijn vader heeft het lijkje, het was een jongentje, naar het kerkhof gedragen. Het tweede kind was ook een misval van omtrent halve tijd. Zij heeft dit kind op het huisje verloren. Ik heb het uit de beerput gehaald en gewassen. Ik heb er geen leven meer aan gezien. Dit kind was een meisje. Vader heeft het in een sigarendoos naar het kerkhof gedragen. Het eerste kind had hij ook in een sigarendoos weggedragen. Dat is omtrent anderhalf jaar geleden.”

Anna, die op dat moment bij haar zus verblijft, bevestigt de verklaring van haar zus.

Vervolgens gaan de rijkswachters Helena Geusens, de buurvrouw van het gezin Vliegen, vragen wat zij zich herinnert over de kinderen van Anna:

“Als nu de tijd komt om aardappelen te planten, zal het 3 jaar geleden zijn dat ik bij Anna Vliegen geroepen ben omdat zij moest bevallen. Het kind is dood geboren. Het was al ter wereld toen de vroedvrouw uit Peer aankwam. Zij heeft de nageboorte nog afgehaald.”

De rijkswachters vullen de verslagen die zij die dag voor de onderzoeksrechter opmaken aan met feiten en geruchten:

“Wij opstellers brengen ter kennis van het gerecht dat er volgens het algemeen gerucht vruchtafdrijving gepleegd is. De bevolking, die weet dat Anna nu voor de derde keer zwanger is, zegde vóór de aanhouding van Vliegen “Nu zal hij zo lang niet meer wachten om naar Bree te gaan en iets te halen om het te doen veranderen.” Wij denken dat Anna Vliegen zal bekennen als zij in hechtenis genomen wordt. In deze streek plant men karotten in de maand mei. Het zou dus in mei 1917 geweest zijn dat Philomena Vliegen voor de tweede keer verkracht werd door haar vader. Zij is geboren op 15 oktober 1901, dus zij was in mei 1917 nog geen 16 jaar.”

Op 3 maart ondervraagt de onderzoeksrechter de drie zussen en hun vader in zijn kantoor in Tongeren. Anna bevestigt wat zij eerder aan de rijkswachters in Bree verklaard heeft.

Voorts verduidelijkt zij dat haar vader haar in de zomer van 1915 voor het eerst verkracht heeft, en dat hij daarmee doorgegaan is tot begin december 1918. Sindsdien zijn haar maandstonden achtergebleven.

De vorige keren dat zij zwanger was, heeft zij de vrucht telkens na 4 of 5 maanden verloren. Zij ontkent dat zij daarvoor medicijnen zou genomen hebben of dat zij een abortus had ondergaan. Zij zegt ook te weten dat haar vader ook haar twee zussen verkracht heeft, en dat de buren daarvan wisten. Het waren overigens hun buren Antoon Vliegen en Hendrik Vaesen die haar en Philomena aangeraden hebben om de zaak aan te geven bij de rijkswacht in Bree.

Ook Philomena bevestigt de verklaringen die zij eerder aan de rijkswachters heeft afgelegd. Elisabeth verklaart dat zij, toen zij 4 of 5 maanden zwanger was van haar vader, de burgemeester ingelicht heeft over de gang van zaken. De burgemeester heeft haar vader daar toen op aangesproken en hij heeft haar de geboorte van hun kind in februari 1916 met rust gelaten.

Bernard Vliegen houdt vol dat hij nooit seks gehad heeft met Philomena of met Elisabeth, en dat dat met Anna niet meer dan 1 keer gebeurd is. Hij ontkent ook dat hij Anna een vruchtafdrijvend middel gegeven zou hebben.

Op verzoek van de onderzoeksrechter ondervraagt de vrederechter van Bree op 15 maart alle andere personen die tot dan toe in het dossier ter sprake gekomen zijn. Zo beschikt de onderzoeksrechter over verklaringen onder eed van alle getuigen.

Helena Geusens bevestigt haar verklaringen van 25 en 28 februari. Voorts zegt zij dat erbij was toen Anna haar eerste misval kreeg en het kind verloor. Zij zegt ook dat in Meeuwen gezegd wordt dat het jongste kind van Elisabeth en de twee kinderen van Anna van hun vader waren, en dat Anna weer zwanger is van haar vader.

De echtgenoot van Helena is Hendrik Vaesen. Hij zegt dat hij zelf niet weet wat er zich ten huize Vliegen afspeelt, maar dat hij wel heeft horen zeggen dat Bernard Vliegen zijn dochters misbruikte. Hij bevestigt dat hij Anna aangeraden heeft aangifte te doen bij de rijkswacht.

Burgemeester Indekeu geeft toe dat Elisabeth hem jaren eerder al had toevertrouwd dat zij door haar vader mishandeld werd en dat zij een kind van hem ter wereld gebracht had. Ook van Anna wist hij dat haar vader haar misbruikte en dat zij nu voor de derde keer zwanger van hem was. Wat er met lijkjes van de doodgeboren kinderen gebeurd is, weet hij niet. Hij benadrukt dat hun geboorte niet aangegeven werd.

Schepen Housen verklaart dat Anna en Philomena hem gemeld hebben dat hun vader hen uit het huis wilde zetten. Hij wist niet beter dan de meisjes aan te raden ergens in dienst te gaan. Hij geeft toe dat het in Meeuwen algemeen geweten was dat Bernard Vliegen zijn dochters misbruikte.

Secretaris Van Dijck bevestigt dat het in Meeuwen algemeen geweten is dat het jongste kind van Elisabeth van haar vader is, en dat Anna twee keer zwanger geweest is van haar vader, wat telkens op een misval uitliep. Hij heeft ook horen zeggen dat Vliegen zijn jongste dochter misbruikt zou hebben.

De volgende persoon die op 15 maart door de vrederechter van Bree ondervraagd wordt, is Jeanette Soogen, de echtgenote van Victor Bleuhn. Jeanette en Victor wonen in Peer. Zij is de vroedvrouw die Anna na een misval verzorgd heeft:

“Ik ben over 2 en een half jaar bij Vliegen geroepen, om de dochter Anna te verzorgen. Het meisje had een misval gehad.

Toen ik daar aankwam, was het kind dood. Het leek mij een vrucht te zijn die 6 maanden gedragen was. De vrouw van Hendrik Vaesen was daar toen ook. Zij was erbij toen het kindje ter wereld kwam. Zij zegde mij dat het dood geboren was.

Ik heb horen zeggen dat Anna Vliegen nog een tweede misval gehad heeft. Daar ben ik bij geroepen. Elisabeth heb ik twee keer verzorgd, bij twee geboorten. Zij heeft mij niet gezegd wie de vader van die kinderen is, maar zij heeft mij wel gezegd dat zij thuis weggegaan was omdat haar vader haar niet met rust liet.

Een drietal jaren geleden heeft Elisabeth mij ook gezegd dat haar vader haar jongste zus Philomena meenam naar de bossen en haar daar misbruikte. Ik heb haar toen aangeraden de burgemeester te verwittigen.”

Catharina Thaens is de 59-jarige schoonzuster van Bernard Vliegen en de tante van de meisjes. Zij is de echtgenote van Jozef Vliegen, een broer van Bernard. Zij wordt ondervraagd omdat zij er bij was toen Anna de tweede misval kreeg:

“Twee jaar geleden, op vastenavond, was ik rond 2 uur bij Vliegen. Ik ging op bezoek bij de echtgenote van Bernard, die ondertussen overleden is.

Anna lag in bed in het achterkamertje. Haar moeder zegde dat zij ziek was. Anna is toen uit bed gekomen en naar buiten gegaan. Elisabeth keek haar na door het venster en zag hoe Anna buiten ging zitten, bloed verloor en dan naar het gemak ging. Elisabeth is dan ook naar buiten gegaan en kort daarna zijn Anna en Elisabeth weer binnengekomen. Anna is bij de stoof gaan staan en Elisabeth heeft de kinderen van Vaesen, die daar toen ook waren, naar huis gestuurd. Zij is toen naar buiten gegaan en weer binnengekomen met een kinderlijkje in haar handen. Het lijkje was gewassen.

Het gebeurde dikwijls dat Anna en Elisabeth hevig ruzieden met hun vader. Zij verweten hem dan dat hij de vader van hun kinderen was.

Philomena heeft mij gezegd dat haar vader haar twee keer lastiggevallen heeft. Zij beweerde dat zij hem met stampen had afgeweerd. Dat lijkt mij niet waarschijnlijk. Daar is zij te klein en te zwak voor.”

Daarna sluit de onderzoeksrechter het onderzoek af. Hij geeft het dossier in handen van de procureur. Die stelt op 14 april 1919 zijn vordering op ten laste van Bernard Vliegen. Hij beschuldigt hem van – veelvuldige verkrachtingen van zijn dochter Anna in de periode van de zomer van 1615 tot ende 1918;  – meerdere verkrachtingen van zijn dochter Philomena in de zomer van 1917, toen het meisje nog geen 16 was; en – aanranding van de eerbaarheid, met gebruik van geweld of bedreigingen, van Helena Geusens en Catherina Beertens.

Op 20 april verwijst de raadkamer in Tongeren het dossier naar de procureur-generaal bij het hof van beroep in Luik.

Op 14 mei verzendt de kamer van inbeschuldigingstelling in Luik de zaak naar het hof van assisen van de provincie Limburg.

Hof van assisen Tongeren

Het proces gaat van start op 23 juni 1919. Één van de getuigen, Helena Geusens, die ook van de slachtoffers is, kan die dag echter niet aanwezig zijn en levert een doktersattest in. Het hof oordeelt dat haar aanwezigheid onontbeerlijk is, en verdaagt de zaak naar de volgende zittijd.

Op maandag 8 september 1919 vindt het proces plaats. Het hof wordt voorgezeten door Joseph Slegers, raadsheer bij het hof van beroep te Luik. Bernard Vliegen wordt verdedigd door advocaat Jozef Indekeu van Tongeren.

De beschuldigde houdt vol dat hij slechts 1 keer seks gehad heeft met Anna en dat zij daar mee instemde. Hij ontkent zijn ander dochters misbruikt te hebben en hij ontkent ook hij Helena Geusens of Catharina Beertens zou aangerand hebben.

De jury is samengesteld uit 12 mannen die voorkomen op de kiezerslijsten van de gemeenten in Limburg:

1) Joseph Loodts, pasteibakker te Hasselt,

2) August Grauls, gemeenteontvanger te Kortessem,

3) Achile Ampe, mijningenieur te Genk,

4) Arthur Baldewijns, bankier te Tongeren,

5) Winand Timmermans, handelaar te Maaseik,

6) François Claesen, controleur van het kadaster te Hasselt,

7) Theodeor Schmidt, eigenaar te Hasselt,

8) Jean Lenaers, landbouwer te Niel-bij-Sint-Truiden,

9) Joseph Claes, bediende bij het provinciebestuur te Hasselt,

10) Joseph Vankan, boekhouder te Neerharen,

11) Henri Vandenbroeck, burgemeester van Diepenbeek,

12) Eugeen Leën, drukker te Hasselt.

Omdat het hof van oordeel is dat het gevaarlijk zou zijn voor de goede reden om het proces in het openbaar te voeren, beslist het om het onderzoek, het requisitoir van het openbaar ministerie en de pleidooien achter gesloten deuren te laten plaatsvinden.

Al op 8 september komt de jury tot een verdict.

1ste  vraag: Is de beschuldigde schuldig aan de verkrachting van Anna : 7 ja, 5 neen.

2de: is Anna zijn wettelijke dochter: ja.

3de: is hij schuldig aan verkrachting van Philomena: ja.

4de: was Philomena toen tussen 14 en de 16 jaar: ja.

5de: is zij wettelijke dochter: ja.

6de: is hij schuldig aan aanslag op de eerbaarheid van Helena Geusens: ja.

Het hof sluit zich aan bij de meerderheid van de jury.

Het hof en de gezworenen verwijzen de beschuldigde tot 5 jaar opsluiting.

Vliegen en zijn advocaat zijn van mening dat het proces niet volgens de regels verlopen is, en gaan in cassatie. Het Hof van Cassatie verwerpt echter hun verzoek om de zaak opnieuw te behandelen.

De procureurs des konings Claessen is na afloop echter van mening dat het een veel te zacht vonnis was in verhouding tot het misdrijf.